Rapport 'Alles onder controle?'

20 oktober 2020

De rekenkamercommissie heeft een rapport uitgebracht over de controlerende rol van de gemeenteraad van Ridderkerk. De centrale vraag bij het onderzoek was: “Op welke wijze geeft de gemeenteraad van Ridderkerk invulling aan zijn controlerende rol gedurende de huidige raadsperiode?”

Bevindingen

De gemeente Ridderkerk is er om maatschappelijke meerwaarde (ook wel publieke waarde genoemd) te realiseren voor haar inwoners. Dan gaat het om zaken als goede zorg en ondersteuning voor gezinnen die dat nodig hebben, veilige buurten om in te wonen en een fijne leefomgeving. De gemeenteraad stelt regels en beleid vast waarbinnen het college moet zorgen voor deze publieke waarde. Ook koppelt de gemeenteraad daaraan bepaalde budgetten. Daarmee geeft de gemeenteraad het college legitimiteit voor bijvoorbeeld het toekennen van WMO-voorzieningen, het geven van een subsidie aan sportverenigingen of het opknappen van het centrum van Ridderkerk.

Controle is, naast kaderstelling en volksvertegenwoordiging, één van de drie rollen van de gemeenteraad. Deze controle staat landelijk onder druk. Dit heeft onder andere te maken met een toename van moeilijke vraagstukken (gemeente overstijgende opgaven, decentralisaties, regionale samenwerking, participatie, et cetera) en de steeds beperktere tijd die de raad heeft om zijn controlerende rol in te vullen. Het onderzoek moet de vraag beantwoorden of de gemeenteraad in de onderzoeksperiode (huidige raadsperiode 2018-2020) effectief gebruik heeft gemaakt van het instrumentarium dat beschikbaar is om het college te controleren en of alle mogelijkheden worden benut.

Conclusies

De belangrijkste bevindingen uit het rapport zijn:
• De raad verzamelt veel schriftelijke informatie, maar geeft daar beperkt (zichtbare) opvolging aan.
• Het is niet altijd duidelijk met welk doel de raad het college controleert.
• Er wordt veel informatie gevraagd en verschaft. Raad en college houden deze praktijk samen in stand.
• Controle richt zich vooral op (financieel-technische) details en minder op effecten van beleid.
• Veel controle rondom P&C-cyclus, beperkte controle op “de regio”.
Ieder raadslid bepaalt zelf op welke wijze invulling wordt gegeven aan de controlerende rol. De raadsleden zijn over het algemeen tevreden zijn over de manier waarop controle plaatsvindt, er lijkt weinig noodzaak om daar verandering in aan te brengen. Tegelijkertijd ziet de rekenkamercommissie wel degelijk mogelijkheden en zelfs een noodzaak voor een effectievere invulling van de controlerende rol door de gemeenteraad.

Aanbevelingen

Op basis van de conclusies doet de rekenkamercommissie een aantal aanbevelingen:

  1. Maak onderscheid tussen controle op rechtmatigheid ( zijn de middelen uitgegeven zoals vooraf vastgesteld en conform wet- en regelgeving) en controle op waarde (worden de effecten van het beleid bereikt en tegen welke kosten);
  2. Prioriteer als raadslid, fractie en/of raad;3. Weet wat je controleert: controle van (effecten van) beleid of inbreng in verbonden partijen als de MRDH begint met een goed begrip van de doelstellingen;
  3. Ga aan de slag met doelgerichte controle op waarde (worden de effecten van het beleid bereikt en tegen welke kosten), daar valt de grootste winst te behalen;
  4. Laat je goed ondersteunen door college, ambtenaren, griffier en/of extern deskundigen.

In haar nawoord geeft de rekenkamercommissie aan dat dit onderzoek naar de invulling van de controlerende rol van de gemeenteraad opnieuw een bijzonder onderzoek is, zoals dat naar de kaderstelling in 2017 ook was. Opnieuw is de gemeenteraad van de gemeente Ridderkerk zelf onderwerp van het onderzoek en niet het college of de ambtelijke organisatie. De aanbevelingen zijn geadresseerd aan de raad, het is aan de raad om hier invulling aan te geven.

Downloads

Terug